Carpale tunnelsyndroom

Carpale tunnelsyndroom

Het carpale tunnelsyndroom wordt veroorzaakt door beknelling van de zenuw die loopt in het midden van de arm ter hoogte van de pols. Door omstandigheden kan het vlies dat om de pezen heen ligt (het synovium) opzwellen. Hierdoor wordt de ruimte in de tunnel kleiner met als gevolg een beknelde zenuw. De beknelling veroorzaakt onder andere tintelingen, een doof gevoel, onhandigheid en pijn.

Wat is de carpale tunnel?

De carpale tunnel bevindt zich ongeveer ter hoogte van uw pols, daar waar uw onderarm overgaat in uw hand. De bodem en de wanden van de carpale tunnel worden gevormd door uw middenhandsbeentjes (de carpalia). Het dak van de tunnel bestaat uit een bindweefselbandje (ligament).
Door de carpale tunnel lopen de buigpezen van de duim en vingers. Ook loopt er een zenuw: de nervus medianus. Deze zenuw stuurt een aantal kleine handspieren aan. Daarnaast verzorgt deze zenuw het gevoel en de tastzin van:

  • De duim
  • De wijsvinger
  • De middelvinger
  • De buitenste helft van de ringvinger

De klachten

Door het carpale tunnelsyndroom ontstaan verschillende klachten. U voelt bijvoorbeeld tintelingen of hebt juist een doof gevoel in uw hand, vooral ’s nachts. Deze klachten worden minder als u met uw hand schudt. Ook kunt u wat onhandig zijn bij het pakken van voorwerpen of trekt er soms een stekende pijn omhoog tot aan uw schouder.

De oorzaken

Het carpale tunnelsyndroom komt regelmatig aan beide handen voor en ontstaat vaak als u tussen de 40 en 60 jaar bent. De kans dat vrouwen het krijgen is 3 keer hoger dan dat mannen het krijgen.
De volgende factoren kunnen een rol kunnen spelen bij het krijgen van het carpale tunnelsyndroom:
• Herhalende bewegingen van de pols, vooral als daar kracht bij nodig is
• Een polsbreuk waarbij de middenhandsbeentjes verschuiven
• Hormonale veranderingen, bijvoorbeeld bij zwangerschap en de overgang (menopauze)
• Ontstekingachtige verschijnselen zoals reuma (reumatoïde artritis)
• Een vertraagde functie van de schildklier
• Suikerziekte

Carpale tunnelsyndroom operatie

Het carpale tunnelsyndroom is op te lossen met een operatie. De orthopedisch chirurg snijdt het bindweefselbandje door (het ‘dak’ van de tunnel), waardoor er weer ruimte ontstaat voor de zenuw. De beknelling van de zenuw wordt minder en uw klachten verdwijnen.

De operatie in 3 stappen:

  1. We brengen een bloedleegteband aan om het operatiegebied beter te kunnen zien.
  2. We maken een sneetje van 2 tot 5 centimeter in uw handpalm en snijden het bindweefselbandje van de carpale tunnel door.
  3. De wond wordt gesloten met hechtingen en/of hechtpleisters en een drukverband.
    De operatie duurt ongeveer 20 minuten.

Voor meer informatie over carpale tunnelsyndroom kunt u contact met ons opnemen via 088 891 0010 of via info@orthoparc.nl.

Contact